Naar de hoofdinhoud

Laders configureren

Wat laders configureren inhoudt en hoe je dat doet.

Om alles goed te laten werken, moeten laders worden geconfigureerd nadat ze aan een locatie zijn toegevoegd. Zo is de lader klaar voor eventueel stroombeheer en facturatie later.


Een lader (her)configureren

Zorg er eerst voor dat je lader aan een locatie is toegevoegd en dat de locatie zelf goed is geconfigureerd.

Is de hoofdzekering van de locatie gewijzigd (bijvoorbeeld van 1 naar 3 fasen)? Dan moet je eerst de locatie herconfigureren.

Is de lader op een andere locatie herplaatst? Dan moet je hem eerst naar de nieuwe locatie verplaatsen.

App

Om een lader nieuw te configureren, ga je naar Chargers en druk je op Configure.

Om een lader te herconfigureren, ga je naar Chargers > Settings en druk je op Reconfigure charger.

Web portal

Om een lader nieuw te configureren, ga je naar Chargers > View > Configuration en druk je op (re-)configure charger.

Laders vooraf configureren

Ben je installateur? Dan bespaar je tijd door de locatie en de laders vooraf voor te bereiden. Lees onze handleiding hierover voor meer details.


Configuratieopties uitgelegd

Het kan wat technisch worden, dus hier is uitleg over alle vragen die we tijdens de configuratie stellen.

Nettype

Dit is het type net waarop de lader is aangesloten.

TN (Star Y, PE conductor)

Komt veel voor in stedelijke gebieden in West-Europa. Nul (N) en aarde (PE) komen vanuit het net. PE is verbonden met de transformator.

TT (STar Y, Earth Rod)

Komt veel voor op het platteland. N komt vanuit het net, maar PE is lokaal. Het gebouw heeft een eigen aardelektrode.

IT (Delta Δ, No Neutral)

Komt veel voor in de Scandinavische landen en België. Het net heeft geen N, de fasen zijn geïsoleerd en het gebouw heeft een eigen aardelektrode.

Afzekeringswaarde installatieautomaat

Dit verwijst naar de fysieke installatieautomaat van de lader en de afzekeringswaarde daarvan.

Stroomlimiet

Dit verwijst naar de elektronisch ingestelde stroomlimiet van de lader. We adviseren 80% van de afzekeringswaarde van de installatieautomaat.

Faserotatie

Dit geeft aan welke fasen van de lader op welke fasen van het gebouw zijn aangesloten.

Als bijvoorbeeld fase 1 van het gebouw zwaar belast is, wil je fase 1 van de lader misschien op een andere fase van het gebouw aansluiten.

Hier is een tabel die de faserotaties uitlegt en welke laderfase op welke fase van het gebouw is aangesloten.

Faserotatie

L1 gebouw

L2 gebouw

L3 gebouw

RST

L1 lader

L2 lader

L3 lader

RTS

L1 lader

L3 lader

L2 lader

SRT

L2 lader

L1 lader

L3 lader

STR

L2 lader

L3 lader

L1 lader

TRS

L3 lader

L1 lader

L2 lader

TSR

L3 lader

L2 lader

L1 lader

Was dit een antwoord op uw vraag?